UIT HET RARITEITENKABINET
Brief aan haar zoon Lieveke,

Bernard, m’n zoon, m’n Lieveke,
Hierbij een paar regels om je te laten weten dat ik nog leef. Ik schrijf deze brief langzaam, omdat ik weet dat je niet snel lezen kan. Je zal het huis niet meer herkennen als je thuiskomt. Want we zijn verhuisd!
Voor wat je vader betreft, hij heeft een andere baan met 500 mensen onder zich. Hij maait het gras op het kerkhof.

Er was een wasmachine in het nieuwe huis toen we erin trokken, maar
hij werkt niet zo best. Vorige week deed ik er 14 overhemden in, trok aan
de trekker en ik heb ze nooit meer teruggezien.
Je zus Marie heeft vanmorgen haar baby gekregen. Ik weet nog niet of het een jongetje of een meisje is, dus we weten niet of je oom of tante bent geworden.
Je oom Dirk is vorige week verdronken in een whisky vat in de brouwerij.
Een paar collega’s doken hem na om hem te redden, maar hij heeft dapper terug gevochten.

Je vader heeft met Kerstmis niet veel gedronken, ik heb een laxeermiddel in zijn bier gedaan. Hij ging af tot nieuwjaar. Ik ging donderdag naar de dokter met je vader. De dokter stopte een glazen buisje in mijn mond en vertelde, dat ik het er tien minuten in moest houden. Je vader bood direct aan het te kopen.

Het heeft vorige week maar twee keer geregend. Eerst drie dagen en toen vier. Maandag waaide het zo hard, dat één van onze kippen vier keer hetzelfde ei heeft gelegd.
We kregen gisteren een brief van de begrafenisondernemer. Daarin stond dat als we de laatste afbetaling niet voldeden, hij weer boven zou komen.

Je liefhebbende moeder
P.S. Ik was van plan je geld te sturen, maar de brief had ik al dichtgeplakt.